De richting “kerkelijk werk” is bedoeld voor christenen die actief bij hun kerk of gemeente betrokken (willen) zijn. Het biedt een goede basis voor oudsten, diakenen, kringleiders, jeugdwerkers en zondagschoolmedewerkers. Wanneer je in deze richting het IBV met vrucht doorloopt, ontvang je een certificaat. Omdat onze afstudeerrichting "jongerenwerk" niet langer bestaat, hebben we besloten om de kerkelijk werk vakken steeds onder andere te koppelen aan het werken onder jongeren.


Vakken

Onderwijs in de gemeente en Liturgie

In deze cursus zullen verschillende liturgische en homiletische modellen (kritisch) onderzocht worden. Er wordt tevens aandacht besteed aan het voorbereiden en geven van een Bijbelstudie. Er zal zoveel mogelijk naar gestreefd worden de eigen gaven en vaardigheden van de studenten af te stemmen op het voorgaan in de samenkomst, op zangleiding, of prediking, op onderwijs in verschillende vormen… en de supervisie van deze aspecten van het gemeenteleven. Onze aandacht zal zowel naar theoretische modellen als naar praktische middelen uitgaan. Door de praktijkstage heeft de student de mogelijkheid om een begin te maken met het omzetten van het geleerde in de praktijk.

mark-en-vrouwPastoraat en Gezinsethiek

In dit vak richten we ons op de diverse pastorale modellen met hun achterliggende visies, de verschillende aspecten van het pastoraat en de houding van de pastorale werker, onder andere in het licht van pastoraat onder jongeren. Daarnaast kijken we naar het gezinsleven vandaag en ethische opvattingen rond relaties en seksualiteit. Ook kijken we sterk naar de praktische uitwerking hiervan in de (pastorale) werksituatie van de student. Een deel van de evaluatie bestaat uit het oefenen van pastorale gespreksvoering.

Gemeenteopbouw en -structuren

Dit vak geeft een aanzet tot onderzoek van het kerkelijk werkveld, tot analyse en interpretatie om daaruit een strategisch plan te leren ontwikkelen dat gericht is op geloofsgroei van gelovigen en versterkt functioneren van kerken.
De eigen leef-werk-dienstituatie van de cursist staat centraal. We zoeken gezamenlijk een antwoord op vragen zoals: Hoe herken je waar de kerk of bediening in haar ontwikkeling en in haar omgeving staat – en wat kan je ermee? Hoe ziet het karakter van een leider er volgens God uit –en wat leert de praktijk? Hoe ontwikkel je naar dat ideale karakter toe? Hoe wordt dit zichtbaar in de bedieningspraktijk?

Praktijkgedeelte?

De student kerkelijk werk wordt geacht om de leerstof opgedaan in de afstudeerrichtingvakken ook reeds onder begeleiding toe te passen in de praktijk. Elk vak kent daardoor ook een praktijkdeel. Zo oefen je bij Pastoraat en Gezinsethiek het voeren van een pastoraal gesprek.